Procedure

Monumenten
Wanneer men een monument wil wijzigen, dan dient men bij de gemeente een omgevingsvergunning aan te vragen. Voor beperkt onderhoud, zoals het opschuren en schilderen in dezelfde kleur, het vervangen van kapotte ruiten, het opstoppen van rietendaken of het vervangen van enkele dakpannen, is geen omgevingsvergunning nodig.

Sinds 1 januari 2012 is het in beperkte mate mogelijk om vergunningvrij in, aan, op, of bij een monument te bouwen. De verruiming van vergunningvrije activiteiten is geregeld in het Besluit omgevingsrecht (Bor) en geldt voor zowel rijksmonumenten, beschermde stads- of dorpsgezichten als ook voor provinciale en gemeentelijke monumenten. Vergunningvrije activiteiten in een monument betreffen het wijzigingen aan interieuronderdelen zonder monumentale waarde, zoals keukeninrichtingen of badkamers die twintig jaar geleden zijn aangebracht. Gaat het om wijzigen van een monument, zoals bijvoorbeeld het schilderen in een andere kleur, het aanbrengen van dubbel glas of het herstellen van voegwerk, dan is wel een omgevingsvergunning nodig. Bij twijfel kan de gemeente duidelijkheid geven of doe de vergunningscheck bij het Omgevingsloket Online.

Bij alle vergunningplichtige monumentaanvragen vraagt de gemeente advies aan de monumentencommissie. Het bouwplan wordt door de gemeentelijke monumentencommissie beoordeeld naar de mate waarin de cultuurhistorische waarden van het betreffende monument worden gerespecteerd. Voor de beoordeling van wijzigingen aan monumenten hanteert de monumentencommissie criteria, zoals uiteengezet in de 10 uitgangspunten voor het  “Omgaan met monumenten”.

Zowel voor de gemeente als de commissie is het van belang om in een zo vroeg mogelijk stadium te worden betrokken in het planproces om de planbehandeling voor alle betrokkenen zo soepel mogelijk te laten verlopen. Voor een planbeoordeling door de monumentencommissie moet voldoende informatie worden aangeleverd ten aanzien van de bestaande situatie, de voorgestelde ingreep en de uitvoering.

Wanneer ook de buitenzijde van het monument wijzigt, dient ook de welstandscommissie te toetsen op redelijke eisen van welstand.

Karakteristieke panden
In de zomer van 2016 paste de provincie Groningen haar Omgevingsverordening (POV) zodanig aan dat alle aanvragen voor (gedeeltelijke) sloop van karakteristieke panden in de negen bevingsgemeenten voor advies moeten worden voorgelegd aan de monumentencommissie. Een deel van de betrokken gemeenten heeft een lijst van karakteristieke panden. Waar dit niet het geval is, moeten alle sloopaanvragen worden voorgelegd en beoordeeld de monumentencommissie in de eerste plaats of het betreffende pand karakteristiek is. De sloopplannen kennen een enorme variatie, maar het merendeel betreft over schoorstenen. De oplossing die tot nu toe standaard aan de eigenaar wordt voorgesteld is de afbraak van de schoorsteen en het terugplaatsen van een replica schoorsteen, aardbevingsbestendig en lichter van gewicht. Deze replica schoorstenen hebben een kern van plaatmateriaal en een afwerking van steenstrips (verzaagde bakstenen) of composiet strips met baksteenprint.
De Monumentencommissie vindt dat schoorstenen vaak een onlosmakelijk onderdeel zijn van de architectuur van het pand en een belangrijke beeldwaarde hebben. Replica schoorstenen, en met name die met composiet strips, geven vaak een vlak en strak beeld dat niet strookt met de gemetselde gevels van historische panden. Bovendien is nog geen ervaring opgedaan met de duurzaamheid van replica schoorstenen; de wettelijke garantietermijn is slechts tien jaar. Bij normaal onderhouden, gemetselde schoorstenen is de ervaring echter dat deze levenslang meegaan. Zowel bij monumenten als karakteristieke panden moet daarom in de eerste plaats worden onderzocht of versterking van de schoorsteen het veiligheidsrisico kan wegnemen. Lukt dat niet dan is een zorgvuldige vormgeving een vereiste. Ook hier geldt overigens dat vroegtijdig overleg over het algemeen sneller tot een passende en breed gedragen oplossing leidt, Om dit proces goed te laten verlopen is samen met de gemeenten, de Nationaal Coördinator Groningen en de monumentencommissie een afwegingskader voor schoorstenen opgesteld. De gaswinning veroorzaakt vele littekens aan het gebouwde erfgoed; van belang is dat de oplossing zo zorgvuldig mogelijk wordt ingestoken.