Roeland van der Schaaf over de nieuwe positie van de waterschappen

Terug naar overzicht

De waterschappen vormen de oudste overheidslaag in Nederland, maar zijn bijzonder genoeg de minst bekende. Terwijl hun taken toch niet de minste zijn, rondom veiligheid, waterkwaliteit en -kwantiteit. De laatste tijd denken waterschappen intensief na over hun plek in de samenleving. Roeland van der Schaaf, dijkgraaf bij Noorderzijlvest, legt uit wat er bij die hernieuwde positiebepaling komt kijken.

Terug naar overzicht

Tekst: Kees de Graaf
Fotografie: Ronnie Zeemering

Misschien niet de leukste vraag om een interview mee te beginnen, maar wel een relevante: waarom weet een gemiddelde Groninger of Drent zo weinig van het werk van een waterschap? Roeland van der Schaaf, die zijn functie van wethouder van Groningen in 2022 verruilde voor die van dijkgraaf, onderkent het zelf ook: ‘We hebben het idee dat bij het grote publiek onvoldoende bekend is wat we doen. Mensen krijgen jaarlijks de heffing in de bus en dat is het dan. En dat is jammer, want water wordt een steeds belangrijker onderwerp en de kosten ervan gaan de komende jaren fors stijgen, is de verwachting. Van onze kant doen we er daarom veel aan de bekendheid van het waterschap – en dan vooral van het werk dat we verrichten – te vergroten. Want er komen grote vraagstukken aan. En die raken iedereen.’

Voortbordurend op die laatste constatering ziet Van der Schaaf een eerste urgentie rondom waterveiligheid en de sterkte van het watersysteem als geheel: ‘We hebben te maken met een combinatie van een zeespiegel die stijgt, de bodem achter de dijken die daalt en het water dat we kwijt moeten raken uit ons gebied – om hier droge voeten te houden. Die puzzel is steeds lastiger te leggen, bijvoorbeeld op momenten dat er een hevige regenbui valt en we net op dat moment niet kunnen afwateren op de Waddenzee. Het betekent onder meer dat we momenteel extra inzetten op noodberging, om overtollig water op het land een plek te kunnen geven.’ Het tegendeel komt echter ook voor: extreme droogte, met juist een tekort aan water: ‘Ook daar moet je ruimte voor maken in je watersysteem: langer vasthouden. Kortom: we moeten toe naar een nieuw evenwicht tussen water vasthouden en afvoeren. Daarbij hoort ook een andere acceptatie van wateroverlast bij onze inwoners; mensen zullen er rekening mee moeten houden dat met het veranderende klimaat er soms meer water in hun dagelijkse leefomgeving zal zijn, op piekmomenten.’

Het woord waterberging viel al even: waar kan daarvoor de ruimte worden gevonden, in een Noord-Nederland waarin ook tal van andere functies om een plek vragen? ‘Dat is inderdaad een opgave. Vroeger konden we – even gechargeerd – in een weiland met de boer overleggen, hooguit nog met een natuurorganisatie erbij. Anno nu is dat veel complexer. Zelfs als we een dijk versterken aan de rand van het land, vinden veel mensen daar wat van. En zelfs daar gaat het erom verschillende functies te combineren, als we toch aan de slag gaan. Ik vind dat zelf trouwens heel uitdagend en de collega’s met mij. Van een wat “blauwe” ingenieursorganisatie, waarin de focus op de techniek lag, worden we een omgevingsgerichte brede overheidsorganisatie. Daarmee moeten we dus ook andere vaardigheden ontwikkelen om zorgvuldig met onze maatschappelijke omgeving om te gaan.

Het betekent ook dat we andere en aanvullende expertises binnenhalen in onze organisatie, zoals planologen en misschien zelfs wel sociologen. Als je midden in de samenleving wilt staan, heb je andere kennis nodig.’

Andersom geredeneerd heeft het moderne waterschap juist ook haar partners nodig om de vraagstukken die voorliggen aan te kunnen pakken. Het Rijk is er daar een van, zo maakt de dijkgraaf duidelijk: ‘De inzet op “water en bodem sturend” staat de laatste tijd weer duidelijker in de stukken vanuit Den Haag, zoals in de Nota Ruimte.

Ook positief is de terugkeer van het fonds voor de aanpak van het landelijk gebied. Een grote misser van het Kabinet Schoof, dat juist dat geld direct werd weggestreept. Het Programma Landelijk Gebied gaf positieve energie in Groningen en Drenthe, landbouw en natuur stonden niet meer tegenover elkaar maar gingen samenwerken.’ Dat het Rijk momenteel vol inzet op de bouw van meer woningen, geeft Van der Schaaf een dubbel gevoel: ‘Aan de ene kant hebben we die woningen inderdaad nodig, maar het louter daartoe versmallen is ook niet wenselijk. Net zo goed is de samenhang met water en natuur van belang.

Het totale fysieke kader, dat moet kwaliteit hebben. Want je hebt niets aan een mooi huis wanneer de leefomgeving niet goed is.’ Het is juist die samenhangende benadering die momenteel nog te veel ontbreekt: ‘Vaak wordt er gezegd: we gaan een weg aanleggen en de natuur mag er niet “op achteruit gaan”.

Ik zou het om willen draaien: combineer de opgaven zo dat natuur en water er juist door verbeteren.’

Het waterschap blijft op deze boodschap stevig hameren: ‘Als het niet gebeurt, mogen wij weer de boel rechtbreien. Met technische maatregelen die niet alleen duur zijn – in aanleg en beheer – maar ook niet robuust duurzaam naar de toekomst.’

“Ik merkte daar dat onze visie op de fysieke ruimte door anderen wordt onderschreven en dat is positief.”

In 2024 organiseerde waterschap Noorderzijlvest een serie bijeenkomsten over de veranderende rol van de waterschappen, waar ook andere disciplines uit de wereld van de ruimtelijke inrichting bij aanwezig waren. ‘Ik merkte daar dat onze visie op de fysieke ruimte door anderen wordt onderschreven en dat is positief. In die zin moet je “water en bodem sturend” ook niet als een pure waterschapshobby zien. Iedereen moet met die principes aan de gang gaan en die noodzaak wordt ook breed onderkend. Waarbij ze natuurlijk wel heel goed aansluiten bij de ontwikkeling van de laatste 10, 15 jaar waarin bij de waterschappen duidelijk is geworden dat we verder moeten kijken dan onze eigen kerntaken.’

En dat betekent dan ook dat waterschappen eerder op de trom zullen gaan roeren als het over de toedeling van functies aan de schaarse ruimte gaat: ‘Bij Libau wordt gekeken of woningen op een bepaalde plek geen afbreuk doen aan de ruimtelijke kwaliteit of aan het landschap, wij kijken steeds scherper of het watersysteem het allemaal wel aankan. Overigens zijn er daar ook wel verschillen tussen waterschappen in te bespeuren, maar wij vinden het in ieder geval onze taak om vrij uitgesproken hierin te zijn – en dat ook uit te dragen.’

Het zal de komende tijd spannend worden: is er een groeiende acceptatie van een andere benadering, met andere concepten? Van der Schaaf ziet dat bijvoorbeeld ook bij de discussie over de kustverdediging in Noord-Nederland: ‘Als alternatief voor een steeds hoger wordende traditionele dijk denken we nu veel meer aan een dynamische kustverdediging, met bijvoorbeeld dubbele dijken en daartussen ruimte voor natuur en nieuwe vormen van landbouw. Is daar plaats voor? In een gebied waar ook de beste landbouwgronden van Europa liggen en waar een bijdrage wordt geleverd aan onze voedselzekerheid. Durven we het aan om de zee dichter bij te halen? We hebben nog wel even tijd om daarover na te denken maar ook niet eeuwig; we moeten keuzes maken.’

Met het organiseren van thematische bijeenkomsten hoopt Noorderzijlvest bij een breed publiek hierover de geesten rijp te maken. ‘Zonder iedereen in paniek te laten schieten, willen we mensen wel alvast laten wennen aan het idee dat het er in de toekomst anders aan toe kan gaan en er ook anders uit kan gaan zien.’ Dat geldt zeker ook voor een ander vraagstuk dat levensgroot op de waterschappen afkomt: de waterkwaliteit. In het oppervlaktewater zitten stoffen die daarin niet thuishoren: uit de landbouw, maar ook bijvoorbeeld PFAS, microplastics en medicijnresten. ‘Met ons recente project Regain hebben we bijvoorbeeld onderzocht hoe we medicijnen uit het water kunnen halen. Daarmee zou het water in ieder geval als industriewater gebruikt kunnen worden. Dergelijke projecten helpen ons om te bepalen wat kansrijke methoden zijn en – niet onbelangrijk voor onze ingezetenen – wat de kosten daarvan zijn.’

Andere nieuwsberichten

Terugblik op de eerste Ruimtemakersbijeenkomst in Drenthe

Op 8 oktober jl. organiseerden team Ruimtelijke Kwaliteit van Libau en de provincie Drenthede eerste Ruimtemakersbijeenkomst in 20...

Lees verder
Nieuwe brochure helpt gemeenten om omgevingskwaliteit te verankeren in beleid

Lees verder
Jaarverslag 2025: samen werken aan de kwaliteit van de leefomgeving

Ons Jaarverslag 2025 staat online. Hierin nemen we je mee langs de belangrijkste projecten, ontwikkelingen en samenwerkingen van h...

Lees verder